Hoe werken spaarlampen

De werking van spaarlampen

Een spaarlamp bestaat uit 2 hoofdonderdelen: de ballast en de glazen buis. Elektronen uit de stroom worden in de glasbuis met kwikatomen in botsing gebracht. De kwikatomen raken hierdoor in een aangeslagen toestand en zenden bij terugval naar de grondtoestand een ultraviolette straling uit. Deze straling valt op een coating van witte fosfor, waar het UV-licht wordt omgezet naar zichtbaar licht. Spaarlampen zijn in feite een opvouwbare TL-balk. De ballast kan magnetisch of electrisch zijn. Elektrische ballasten zijn een stuk beter, omdat ze geen flikkeringen geven bij het aanzetten van de spaarlamp.

De inductielamp

Een ander type spaarlampen is de zogenoemde radiofluerescerende lamp of inductielamp. In plaats van elektroden, maakt deze lamp gebruik van elektromagnetische om de kwikatomen te ioniseren. Deze velden worden opgewekt door een ijzeren kern die omwonden is met een draad waar wisselspanning bvan hoge frequentie doorheen wordt geleid. Omdat er geen elektroden aanwezig zijn, hebben inductielampen een levensduur tot wel 100.000 uur. Ze zijn zuiniger dan gewone spaarlampen en zenden meer licht uit. Die nieuwste techniek zijn de zogenaamde koude fluorescentielampen. Deze zijn een stuk inefficiënter dan gewone spaarlampen, maar ze werken, in tegenstelling tot normale spaarlampen, prima samen met timers en dimmers.

Er zijn twee hoofdsoorten spaarlampen: geïntegreerde en modulaire lampen. Geïntegreerde lampen zijn eenvoudiger; lamp en ballast vormen één geheel dat niet uit elkaar te halen is. Bij een modulaire lamp kunt u de lamp uit de ballast halen en vervangen. Omdat de ballast bij een modulaire lamp vaak een stuk groter (en duurder) is uitgevoerd, ondersteunt deze geavanceerde functionaliteiten als dimmen en snelle start. Momenteel worden modulaire lampen meestal gebruikt in omgevingen waar het licht nagenoeg de hele dag aan staat, zoals hotels en kantoorgebouwen. Vanwege het prijsverschil en het feit dat de ballast van geïntegreerde lampen steeds meer kan, is voor thuisgebruik een modulaire lamp niet nodig.

De LED lamp

Een (nog wel) duurdere soort spaarlamp, is de LED-lamp. Een LED-lamp bestaat uit een cluster Light-Emitting-Diodes (LEDs). Een LED is een halfgeleider die licht uitzendt als er stroom door loopt. Omdat een enkele LED maar een enkele kleur kan uitzenden, zijn er technieken nodig om wit licht te maken. De volgende drie technieken worden toegepast:

  • Golflengte-conversie: hierbij wordt fosfor-poeder gebruikt om de straling die door de LED wordt uitgezonden om te zetten naar wit licht. Er zijn diverse vormen van deze techniek, waarvan de techniek met UV-LEDs het meest natuurgetrouwe licht oplevert.
  • Kleurmixen: hierbij worden LEDs van verschillende kleuren in één cluster geplaatst. Al deze kleuren bij elkaar leveren een wit licht op. Omdat er geen fosfor gebruikt wordt, is de efficiëntie van deze lampen hoger. Nadeel is dat bij het uitvallen van LEDs, één kleur kan gaan overheersen.
  • Homoepitaxtiale ZnSe: deze nieuwe techniek resulteert in een LED die tegelijkertijd geel en blauw uitzendt. Het resultaat is een efficiënte (geen fosfor nodig) lamp met een natuurgetrouw licht.

De voordelen van LED-lampen boven gewone spaarlampen zijn legio: ze zijn nog zuiniger, hebben een levensduur van ongeveer 50.000 brand-uren en zijn daarnaast compleet kwikvrij.